Op een zomerse herfstdag spelen twee meisjes op straat. Als Sophie en Zoë verschillende kanten uit hollen, verdwijnt Sophie spoorloos. Al snel ontstaat de gedachte dat Zoë het slachtoffer van de ontvoering had moeten zijn. Haar vader is een schatrijke Engelse graaf en haar moeder heeft een verleden waar ze het liefst over zwijgt. In hun landhuis is een christelijk rustoord gevestigd, waar mensen komen die zo veel hebben meegemaakt dat ze misschien rare dingen doen.
De onconventionele rechercheur die het onderzoekt leidt, betrekt Matthew en Anna, de ouders van Zoë, bij zijn werk. In de lange herfst waarin gezocht wordt naar Sophie, ontstaat een broeierige sfeer waarin steeds meer mensen verdacht raken. De liefdevolle relaties in het gezin van Matthew en Anna komen onder druk te staan. Geheimen en gevoelens uit het verleden lijken de toekomst te gaan bepalen. Intussen is Sophie nog steeds kwijt.
'We moeten aan de kinderen denken,' zegt Matthew. 'We laten ze niet alleen, of we nu beveiliging hebben of niet.'
De woorden klinken leeg. Matthew waagt een blik naar Anna. Ooit was het ravijn tussen hen zo diep dat ze beneden de vlammen van de hel zagen branden. Het was te wijd om elkaar nog te verstaan - de wind raasde tussen hen in. Maar ze hebben een brug aangelegd, gemaakt van het dunste spinrag van vertrouwen, haartjes moed, twijgjes laatste lef. Ze zijn zelf verbaasd dat de brug zo sterk is gebleken. Samen hebben ze genade ervaren in hun levens. Dat drijft hen voort om die genade ook naar anderen te brengen.
'We moeten helpen,' zegt Matthew.
'Ja,' zegt Anna. 'Er is nooit een andere keus geweest.'
Els van Weijen (1972) woont in Dordrecht. Schrijven is al jarenlang haar beroep: ze is communicatiemedewerker bij een stichting die hulp mogelijk maakt voor mensen met verslaving en/of psychische problemen. Zelf worstelde ze vele jaren met een eetstoornis. Daarna werd ze geconfronteerd met kanker. Ze vertelde hierover in het tv-programma De Verandering. Door alles heen heeft Els ontdekt dat de wereld minder maakbaar is dan we denken, maar dat er wel altijd hoop is.