In het hoofd van Tom Wouters krioelt het van de verhalen. Elke ochtend gaat hij dus aan zijn schrijftafel zitten en schrijft hij: over jonggestorven grootvaders die de wereld bij elkaar verzinnen in een eigen encyclopedie, meisjes met navels in de vorm van een schelp, onontdekte letters of ambitieuze reisverhalenschrijvers die verdwalen in onooglijke dorpjes met een door niemand bezochte toeristische trekpleister.
In verhalen bestaan ze nog, de landerige dagen van zomerse hitte die in een dolce far niente worden doorgebracht. Dompel je onder in zomerverhalen waarin de tijd stokt, de zon geen haast heeft en het geroezemoes op het strand aangenaam in de oren zoemt.
In deze verhalenbundel hebben de personages iets met elkaar gemeen, ze laten allemaal los. Het leven, een jarenlange vriendschap, een geliefde, een moeder haar zoon, maar ook gewoontes, een vertrouwd kapsel, de zorg om een naaste.