Marius van Dijk is het enige kind van Krijn en Neei van Dijke.
Vader en moeder Van Dijke zijn vreselijk gierig. Hun zoon heeft
bijna geen kleren om aan te trekken, want ze sparen voor een
eigen boerderijtje. Vader heeft zijn zoon uitbesteed aan een grote
boer en de jongen krijgt amper kleren mee. De jongen heeft het
daar goed naar zijn zin, maar zijn inkomsten gaan direct naar zijn
vader. Op de boerderij waar Marius werkt, werkt ook Jenny, die
achter hem aanzit. Op een dag mag Marius van vader niet meer
terug naar de boerderij van Karen. Boer Karen is christelijk en dat
staat vader niet aan. Marius wordt uitbesteed aan oom Bram, die
op een afgelegen boerderij woont aan de rand van een moerasgebied.
Om de boerderij van oom Bram is het een onbeschrijfelijke
bende. Vlakbij de boerderij van oom Bram ligt er plotseling
een boot. Marius ontmoet een van de bewoners van de boot, de
negentienjarige Bianca. Bianca voelt net als Jenny veel voor
Marius. Wie zal Marius' vrouw worden?
Opnieuw een boeiende roman van de bekende schrijver
Kombrink.