Johanna heeft het niet gemakkelijk gehad op de neutrale
Havo, waar ze haar Poesje noemden. Als ze geslaagd is, was
het misschien ook daarom dat ze niet verder wilde leren.
Ze wil een baan zoeken.
Sollicitaties brengen niet de gewenste oplossing.
Dan opeens kan ze een tijdelijke betrekking krijgen aan een
reisbureau gedurende de drukke zomermaanden.
Door haar handigheid geeft de directeur haar op een keer de
opdracht een busreis te leiden. Dat doet ze zo goed, dat ze nu
het kantoorwerk kan laten rusten en als reisleidster niet alleen
bustochten heeft te begeleiden maar ook boottochten over de
Rijn.
Dat ze op die reizen nogal wat beleeft, ligt voor de hand.
Ze wordt door de deelnemers op de handen gedragen en
door de directie hoog gewaardeerd.
Maar of ze het zelf wel zo gemakkelijk heeft..