Freek Damstra spoort ze op
Freek Damstra spoort ze op
Een gewijzigde, uitgebreide versie van het verhaal, dat onder de titel „Avonturen op het platteland" in het R.D. verscheen.
Op vierjarige leeftijd valt Freek Damstra van het balkon
van een flat. Ernstig gewond wordt hij in het ziekenhuis
opgenomen, en als hij dat na verscheidene operaties mag
verlaten, is zijn ene been een paar centimeter korter dan
het andere. Dat laatste neemt niet weg, dat hij na verloop
van tijd, mede dank zij zijn doorzettingsvermogen,
goed uit de voeten kan.
Door het vele oefenen wordt zijn lichaamskracht zelfs
groter dan die van zijn leeftijdsgenoten, hetgeen hem zo
nu en dan goed van pas komt, hoewel hij er geen misbruik
van maakt. Eén handicap is er echter wel: door het
langdurige verblijf in het ziekenhuis is hij, wat leren betreft,
achterop gekomen. Daarom besluiten zijn ouders
hem, als hij een jaar of twaalf is, te laten overschrijven
naar een andere school, waar meer aandacht aan hem
besteed kan worden. De keus valt op de dorpsschool te
Driewoud.
In en om Driewoud beleeft Freek de nodige avonturen,
zoals de diefstal van zijn fiets, de ontdekking van een
schuilplaats uit de tweede wereldoorlog en de brand in
de Schaapskooi. Als een rode draad loopt door het hele
verhaal de jacht op een paar gevaarlijke stropers, die het
vooral op reeën hebben gemunt, en waarbij een gele
Volkswagen en een blauwe B.M.W. een belangrijke rol
spelen. Dat laatste geldt uiteraard ook voor boswachter
Reinders, agent Bultman, meester Hoeksema, en niet te
vergeten Riekus, een bijzonder iemand die door de dorpelingen
, ,De Kluizenaar" wordt genoemd; geen scheldnaam,
maar een erenaam voor deze wijze, gelovige man.