Rinus Doever moet voor zijn gezin de kost verdienen met
een oud weefgetouw. Doordat Rinus' gezondheid echter
hard achteruitgaat, lopen de verdiensten snel terug. Het
komt zelfs zo ver, dat Rinus en Anna, zijn vrouw, geen geld
meer hebben om de huishuur te betalen. Ook al dragen de
kinderen, Elske, Stiena en Gertje hun loon af aan hun moeder,
dan nog is er niet genoeg geld. Dit is voor Gijs Dreumel,
de huisbaas, aanleiding om het gezin Doever de huur op te
zeggen.
De problemen worden nog groter als Elske door de zoon
van haar baas lastig gevallen wordt. Hierdoor wordt zij gedwongen
om bij haar baas weg te lopen. Zo vallen deze
verdiensten ook nog weg.
Wat moet het gezin Doever nu beginnen?