Op ontroerende wijze beschrijft Veenhof het leven van de familie Prik. Dit gezin woont in de achterbuurt van een stad.
Op ontroerende wijze beschrijft Veenhof het leven van de familie
Prik. Dit gezin woont in de achterbuurt van een stad. Die buurt
heet de magere gang. Mienus Prik, de oudste zoon, moet al op
twaalfjarige leeftijd gaan werken. Vader Prik is ernstig ziek en kan
niet voor het gezin zorgen. Daarom treedt Mienus in dienst bij de
Firma Wolterhuis Internationaal lm- en Export. De jongen wordt
daar verschrikkelijk getreiterd en mishandeld, maar hij weet zich
staande te houden.
Veenhof beschrijft hoe Mienus, net als veel van zijn leeftijdgenoten,
onder erbarmelijke omstandigheden moet werken.