Na veertig jaar in de keukens van Brussel dacht Charissa Van Loo dat haar tijd met bloem en boter voorbij was. Tot een notaris uit Tervuren belt: haar tante Odette is overleden en heeft haar een verwaarloosd cupcakewinkeltje nagelaten — mét inwonende kat en een oude deegroller die net iets te zwaar aanvoelt.
Na veertig jaar in de keukens van Brussel dacht Charissa Van Loo dat haar tijd met bloem en boter voorbij was. Tot een notaris uit Tervuren belt: haar tante Odette is overleden en heeft haar een verwaarloosd cupcakewinkeltje nagelaten — mét inwonende kat en een oude deegroller die net iets te zwaar aanvoelt.
Tijdens het opknappen ontdekt Charissa, verstopt in die deegroller, een uitgeholde kern vol vergeelde brieven en een sleutel zonder slot: het eerste teken van een geheim dat vijftig jaar had liggen wachten.
Ze krijgt geen tijd om erover na te denken. Op de heropeningsavond zakt culinair criticus Marcel Verstraeten levenloos neer tussen de cupcakes.
De politie noemt het hartfalen. Charissa weet beter: die ochtend nog dreigde hij het geheim van de deegroller te onthullen. Tussen proefbakjes en geroddel bij de toonbank moet ze uitzoeken wie bereid was te moorden om dat geheim onder de suikerglazuur te houden — voor de dader haar een tweede portie serveert.