De eerste letter van je naam, in de lucht als in papier gegrift, rijst uit de hoek van je envelop, rijst als een sikkeltje daaruit op, van de oude maan in haar laatste kwartier tot de nieuwe maan in spiegelschrift.
Weg van de warmte is een dichtbundel die ruikt naar jasmijn, oude boeken en een Duvel die perfect geschonken is. De Bruyne schrijft zoals hij door het leven struikelt: met open ogen, een gezonde portie verontwaardiging en een glimlach die balanceert tussen vriendelijkheid, kitsch en schaamteloze ernst.