Voor de zeventig verhalen over vogels en mensen in deze bundel raadpleegde Gerard Ouweneel (1937) regelmatig zijn dagboeken. Deze houdt hij sinds 1951 bij, zodat ze driekwarteeuw vogelaarsbestaan bevatten.
Bezorgen: Zodra beschikbaar
Voor de zeventig verhalen over vogels en mensen in deze bundel raadpleegde Gerard Ouweneel (1937) regelmatig zijn dagboeken. Deze houdt hij sinds 1951 bij, zodat ze driekwarteeuw vogelaarsbestaan bevatten. Menig verhaal bezit daardoor een autobiografische achtergrond. Verder krijgen actuele belevenissen met vogels en hun publiek aandacht en neemt de schrijver de lezers mee naar zowel zijn vogeltuintje in Maasdam, vogels in Nederland als op tochten door Mongolië en over de Grote Oceaan. Als een rode draad loopt door het boek de onrust die Gerard steeds het hoofd moet bieden tijdens vogelexcursies en eigenlijk in zijn hele leven. Zodat bij aankomst bij een uiteindelijke excursie bestemming hij al spoedig de drang voelt weer verder te gaan. Vandaar dat zeevogelreizen Ouweneel waarschijnlijk de meeste satisfactie gaven. Een van de verhalen betreft de belevenissen met en rond de Brileider, de megadwaalgast die vanaf januari 2025 vanuit Nederland, Europa en ver daarbuiten tot een pelgrimage van vogelaars naar Texel leidde.
De illustraties zijn van Elwin van der Kolk, die al zijn hele leven vogels kijkt en vogels tekent.