In de broeierige zomerhitte kijken de zusjes Czechna en Leokadia terug op hun jeugd. Samen met de andere bewoners van een bejaardenhuis vlak buiten Warschau proberen ze zich te verzoenen met een leven dat voorbij is gegleden, een lijf dat af en toe tegensputtert, en wachten ze eindeloos op kinderen die hen bijna nooit bezoeken.
Bezorgen: Zodra beschikbaar
In de broeierige zomerhitte kijken de zusjes Czechna en Leokadia terug op hun jeugd. Samen met de andere bewoners van een bejaardenhuis vlak buiten Warschau proberen ze zich te verzoenen met een leven dat voorbij is gegleden, een lijf dat af en toe tegensputtert, en wachten ze eindeloos op kinderen die hen bijna nooit bezoeken. De herinneringen van de zusjes teken af tegen die van de anderen. Op twaalfjarige leeftijd werden Czechna en Leokadia afgevoerd naar Auschwitz, waar ze overgeleverd waren aan dokter Josef Mengele, de nazi-officier en genetisch wetenschapper die als legerarts gevangenen,
voornamelijk tweelingen, martelde onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Op de mooie Czechna was hij bijzonder gesteld, waardoor de zusjes overleefden.
Het oogappeltje van dokter Josef onderzoekt op meedogenloze wijze wat het betekent om een lichaam te hebben, dat ons zowel kan redden als verraden. Zyta Rudzka drijft de taal tot het uiterste om uitdrukking te geven aan diepmenselijke worstelingen met ouder worden, vervulde en onbeantwoorde liefdes, herinneringen, en de fragiele grens tussen goed en kwaad.
Zyta Rudzka (1964) geldt als een van de beste hedendaagse Poolse romanschrijvers en is tevens een bekroonde toneelschrijver en dichter. In 2027 zal bij Koppernik haar roman Wie tanden heeft kan lachen verschijnen, waarvoor ze in 2023 onder meer de Nike-literatuurprijs ontving, de belangrijkste literaire prijs van Polen. Haar werk is in meer dan vijftien landen vertaald.