In 1935, terwijl Europa wankelde onder de dreiging van totalitaire ideologieën en naderend geweld, schreef de befaamde historicus Johan Huizinga zijn meest urgente werk: In de schaduwen van morgen.
Bezorgen: Zodra beschikbaar
In 1935, terwijl Europa wankelde onder de dreiging van totalitaire ideologieën en naderend geweld, schreef de befaamde historicus Johan Huizinga zijn meest urgente werk: In de schaduwen van morgen. Wat als een redevoering begon, groeide uit tot een van de belangrijkste cultuurkritische traktaten van de twintigste eeuw.
Met de beroemde openingszin ‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het’ zet Huizinga de toon voor een diepgaande analyse van het geestelijk verval van de Westerse cultuurgemeenschap. Hij beperkt zich niet tot de politieke of economische symptomen, maar boort dieper naar de wortels van de crisis. Huizinga fileert fenomenen als de verzwakking van het oordeelsvermogen, de opkomst van het ‘puerilisme’, ofwel het verkindsen van de volwassen samenleving, en de gevaarlijke verheerlijking van de drift boven de rede.
In dit werk gaat Huizinga de confrontatie aan met tijdgenoten als Oswald Spengler. Waar Spengler een onafwendbaar, biologisch noodlot predikte, houdt Huizinga vast aan de menselijke vrije wil. Hij roept op tot een ‘nieuwe ascese’: een geestelijke loutering en een terugkeer naar ethische normen als enige weg naar herstel.
In de schaduwen van morgen biedt niet alleen een historische inkijk in het interbellum, maar ook een tijdloze herinnering aan de kwetsbaarheid van cultuur en de noodzaak van morele waakzaamheid.
Hertaling.