Over een herder en zijn kleine kudde
Over een herder en zijn kleine kudde
Gijs Grauwelman leert al vroeg dat hij ongewenst en onbemind is Na de verdwijning van zijn vader groeit hij op in een incompleet gezin. Een slechte start. Is hij daarom een ‘rare’ geworden? Iemand die liever naar vogels tuurt dan naar vrouwelijk schoon?
Gijs Grauwelman leert al vroeg dat hij ongewenst en onbemind is Na de verdwijning van zijn vader groeit hij op in een incompleet gezin. Een slechte start.
Is hij daarom een ‘rare’ geworden? Iemand die liever naar vogels tuurt dan naar vrouwelijk schoon? Die zich geen raad weet met zijn eigen lichaam, het liefst alleen is, maar niet altijd?
Mensen met wie Gijs intensief contact krijgt, beïnvloeden zijn leven. De materiële welvaart heeft hij voornamelijk te danken aan de man die hij Opa noemde. Helaas kan je zaken als ‘liefde’, ‘houden van’ of ‘hoe leer ik tongzoenen’ niet via een testament verkrijgen. Dat deel van het leven is voor Gijs een groot probleem. Voor hem is de liefde ongrijpbaar en onbegrijpelijk. Ze roept zowel weerzin als afhankelijkheid op, neemt hem mee in een gelukzalige bedwelming of ze laat hem als een verweesde achter. Zelf spreekt hij over een vloek. Het gaat zijn leven zo beheersen dat het zijn ondergang dreigt te worden.
Ineens, uit het niets, is daar de dakloze Andrea. Zij is voor Gijs een gift waarvan de grootte gaandeweg duidelijk wordt. Hij heeft geen idee hoe hij zich tot haar moet verhouden. Op het moment dat hij het wel weet, is het te laat.